Werk maken van vrije tijd

Shocking: wat doen we met onze economie vanaf 20 mei?

De afgelopen periode hebben we met verschillende vakgenoten en deskundigen vanuit andere werkvelden gesproken over de coronacrisis. Zitten we in een crisis of in een transformatie? Wat kunnen we nu en straks doen om te werken aan een krachtige lokale en regionale economie met vitale centra, vakantieparken en werklocaties?

Wij, en met ons vele vakgenoten en deskundigen, geloven dat we aan de vooravond staan van een ingrijpend transformatieproces, dat gevolgen heeft voor de wijze waarop we samenleven en ons geld verdienen. En dat is ook iets wat we hopen. De tijd is rijp om fundamentele vragen te stellen. Door welke waarden worden we gedreven. En: waar staan we? Voor het definiëren van vijf verschillende ‘stages’ in het fenomeen van een cultuurshock als deze, maken we dankbaar gebruik van een antropologisch onderzoek via https://barendspsychology.com/nl/cultuurshock/.

  • Fase 1: de honeymoon. We ‘ondergaan’ nieuwe maatregelen met begrip. Je waardeert de voordelen aan de nieuwe situatie.
  • Fase 2: de afwijzingsfase. Deze fase begint wanneer de nieuwe situatie begint te irriteren. De nadelen krijgen de overhand. Dat uit zich in kritiek, frustratie en zelfs woede.
  • Fase 3: globale aanpassing. In deze fase wen je aan de nieuwe situatie. Langzaamaan leer je je weg kennen. Gedrag wordt aangepast. Je houdt bijvoorbeeld anderhalve meter afstand.
  • Fase 4: diepgaandere aanpassing. Een fase van relatieve rust. De nieuwe werkelijkheid is steeds meer een gegeven, hoewel je het lastig blijft vinden om de nieuwe gewoonten en regels te accepteren. Dit kan leiden tot irritatie en frustratie en dat kost veel energie. Economische zelfreflectie.
  • Fase 5: aanpassing. Veranderingen worden geaccepteerd. Definities en waarden van de tijd voor de crisis heb je kritisch beoordeeld. En nieuwe principes, gewoonten en gedragingen worden overgenomen. De tijd van vóór de crisis voelt ‘vreemd’.

In welke fase bevinden we ons nu?

Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Dit verschilt per individu, bedrijf, landsdeel en land. Het meest gevoelig in Nederland zijn Noord-Limburg, Zeeuws-Vlaanderen en Delfzijl, vanwege hun voornamelijk door export en import gedreven economie. De minst gevoelige regio’s hebben allemaal een grote zorgsector. Daarnaast speelt het regionale vestigingsklimaat een rol. Ook tussen de verschillende sectoren en branches zien we enorme verschillen. Zo hebben horeca, detailhandel, transport, food en agro enorme omzetverliezen van 40 procent tot 100 procent. Andere sectoren draaien nog redelijk door. De verwachting is dat voor veel sectoren de omzetdaling ten opzichte van dezelfde periode in 2019 minimaal aanhoudt tot het laatste kwartaal van 2020. Voor de horeca zal de crisis tot zeker eind 2021 voelbaar zijn (Rabobank, 20 april 2020).

Tijdens een crisis is de rol van de overheid traditioneel groter en dat is in deze coronacrisis nog sterker het geval. Overheden zijn momenteel vooral gefocust op de korte termijn. De noodmaatregelen zullen een langdurige impact hebben op de overheidsfinanciën, en met name voor gemeenten wordt die financiële situatie mogelijk twijfelachtig. Veel gemeenten kampten al voor de coronacrisis met grote problemen in hun financiële huishouding, met name vanwege de kosten in het sociale domein. Andere sectoren binnen de gemeente gaan hier op latere termijn wellicht last van ondervinden: denk aan bezuinigingen op cultuur, sport, evenementen of onderhoud.

Anderhalvemeter-economie is tijdelijk, maar heeft grote impact

Vanaf 20 mei is er naar verwachting de mogelijkheid voor branches om open te gaan, maar dan wel in de zogenoemde anderhalvemeter-economie. Deze zal tijdelijk zijn. Van alle banen in Nederland kan 84 procent worden uitgevoerd met inachtneming van de anderhalve meter. De impact zal groot zijn: minder capaciteit door meer benodigde ruimte, verdere verschuiving naar online winkelen. Naar verwachting is hiervan in middelgrote gemeenten het meeste te merken. Wanneer na de coronaperiode langzaam de maatregelen afnemen, komt op sommige sectoren juist een grotere druk te liggen, zoals de vrijetijdssector.

Werk aan herstel en bouw op!

Wat moet er veranderen om ondernemers te ondersteunen? Simpelweg doorgaan zoals voor de crisis is naïef. Wij onderscheiden drie componenten om van crisis naar duurzaam herstel te komen:

  1. Kortetermijn-strategie (circa 0-6 maanden): eerstelijnsnoodhulp

Hoe houden we de liquiditeitspositie van ondernemers op peil? Bijna alle coronamaatregelen van landelijke en lokale overheden zijn hierop gericht. Ofwel: noodmaatregelen. Generieke maatregelen die breed ingezet kunnen worden. Groot bereik, maar weinig maatwerk. 

  1. Middellangetermijn-strategie (circa 4-8 maanden): herstelplan

Waar dringend behoefte aan is zijn maatregelen die bijdragen aan een duurzaam herstel. Een herstelplan geeft daartoe een aanzet. Een dergelijk plan verschilt per branche en regio, maar bouwt zoveel mogelijk voort op bestaande structuren en instrumenten. Is gefocust op het creëren van rust, zodat ondernemers ruimte krijgen om te denken en te doen.

  1. Langeretermijn-strategie (circa 6-24 maanden): actieprogramma

Het herstelplan loopt naadloos over in een actieprogramma. De impact van een actieprogramma is vele malen groter dan die van een herstelplan. De maatregelen kennen een langere looptijd, vragen om meer investeringen en zijn gebaseerd op de nieuwste inzichten. De belangrijkste vraag is: welke waarden gaan we nastreven?

Tot slot: actielijnen

Werk concrete actielijnen uit. Schep ambitie, perspectief en waarden waarop je kunt koersen. Focus op samenwerken en roep in studies op tot actie.

Wij zijn benieuwd in welke ‘shockfase’ u zich bevindt. Zullen we daar met elkaar het gesprek over aangaan?

 

Dit artikel is mede tot stand gekomen op basis van input en inzichten vanuit gesprekken met o.a. Marcel van Bijnen (algemeen directeur provincie Noord-Brabant), Jan Wessels (gemeente Barneveld), Bernd Derksen gemeente Emmen), Herman Timmermans bestuursvoorzitter CLOK)

Aukje Las (provincie Gelderland)
Sandra Poelman (glowing places)
Ben van Gelder (gemeente Nijmegen)
Hans Kant (KHN)

Dank voor het delen van jullie inzichten en vragen!

De uitgebreide versie van dit artikel kunt u hieronder vinden bij downloads.